30-6-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
Onder overgroote belangstelling hebben Zondag l.l. de vijf Deurnesche Lourdesgangers hun reis aangevangen.
Om 8 uur werd gezamenlijk de H. Mis bijgewoond. Hierna werd ontbeten ten huize van den heer P. van Elten. Het had heel wat in eer men goed en wel over de Markt was. De verkoop van kaarten nam nog al wat tijd in beslag, Zelfs tot Vlierden was er veel belangstelling Hier werd er een flink tempo ingezet om den verloren tijd wat in te halen.
We zullen thans de heer van Elten aan het woord laten, die ons van hun ervaringen op de hoogte zal houden.
FOOZ, 6 KM. boven Namen, 27 Juni 1934.
Volgens belofte zal ik iedere week, ook namens mijn mede-globetrotters, wat van onze Lourdestocht vertellen.
Vooraleer ik daar over spreek willen wij onzen grooten dank betuigen aan den Heer Jantje van Lieshout te Helmond, die zoo nauwkeurig de route voor ons heeft vastgesteld. Zoover wij tot heden ondervinden is deze opgave zeer nauwkeurig. Verder aan de gemeente-ambtenaren en in het bijzonder aan den Heer A. van Griensven, die geheel onbedwongen ons zijn diensten verleende. Ook aan dokter Verhaegen voor zijn medische voorlichting en medicamenten, die wij van hem mochten ontvangen. Verder betuigen wij onzen hartelijken dank aan de Directie der N.V. Edah te Helmond voor den ruimen steun die we mochten ontvangen, alsmede aan de Heeren Piet van de Mortel, Willem Wijnen en Caspar Peerbooms en aan allen, die het hunne hebben bijgedragen om onze reis mogelijk te maken.
Onze eerste route was tot Loozen. Het oversteken van de grens aldaar ging zeer
gemakkelijk, daar er geen enkele beambte aanwezig was, We sloegen te Loozen spoedig onze tenten op in een weiland, en met wat hooi dat we kregen was onze legerstede klaar. Al spoedig sliepen we in, doch echter niet lang. Het hooi zat vol ongedierte en ik voelde dat een paar beestjes een verkenningstocht over mijn buik maakten. Later heb ik er geen last meer van gehad, ze hebben zeker gemerkt dat van het beetje vet niets meer af kon.
Rooijakkers geeft 's morgens z'n verwondering te kennen dat de muggen (die veel in onze tent waren) in België grooter zijn dan in Holland.
Den tweeden dag (Maandag) hebben we een tocht gehad van 42 K.M. We waren toen Hasselt voorbij. Doch den tweeden nacht troffen we het veel slechter. Er brak 's nachts een geweldig onweer los met hevige rukwinden en het hemelvuur was niet van de lucht. Al spoedig dreef het water door onze tent. Maas en Rooijakkers kropen naar den uitgang, doch konden wegens den sterken regenval niet buiten komen. Als ik even later eens door een spleet van de tent naar buiten wil kijken zie ik door 't helle licht dat Maas en Rooijakkers op hun knieen zitten te slapen.
Dinsdagmorgen gaan we toch weer met goeden moed verder, doch met (tenminste ondergeteekende) groote vellen onder teenen en voeten. Het gaat thans naar Hannut. Hier komen wij om 8 uur aan en begeven ons dan naar het klooster Saint cour de Marie, alwaar we een boodschap hebben af te geven van den Hear Cleutjens uit Neerkant, die daar een tante in het klooster heeft. Toen wij daar aankwamen was het hek reeds gesloten, doch al spoedig kwam een zuster openmaken. Toen wij ons gelegimiteerd hadden, konden we binnen komen, en toen zij begrepen op welke manier wij de groote reis wilden volbrengen, stond hun het schreien nader dan het lachen. Direct werden boterhammen met kaas en bier op de tafel gezet. Natuurlijk deden wij dit alle eer aan. Toen we goed gegeten hadden kwam de slaapkwestie ter sprake. Na wikken en wegen werd besloten ons achter in een schuurtje in den tuin te laten slapen. We kregen daar stroozakken met bedden en dekens Of wij gelukkig waren ! `s Morgens toen wij uit de kerk kwamen was de tafel weer aardig gedekt. Ook kregen we drie groote mikken mede en suikerklontjes.
Vandaag hebben we den grooten weg 4 K.M. voor Namen verlaten om een bezoek te brengen aan Marche les Dame, waar in het begin van dit jaar den zoo gevierden Koning Albert I van Belgie door een ongeluk in het gebergte zijn dood vond. Dit waren wel eenige K.M. om, maar als men er zooveel loopen moet, kan men op een paar niet kijken. Als men op de ongeluksplaats komt (er is steeds veel bezoek) dan richten ook wij een stil gebed tot den Hemel voor dezen goeden Koning. Er hangt een heerlijke geur van tallooze bloemstukken, die geregeld worden bijgebracht.
Van Marche les Dame volgden we de Maas door Namen, Wepion tot Fooz, alwaar wij overnachten.
Voor hen die het nog niet weten kunnen wij nog mededeelen dat de streek vanaf Hasselt tot Fooz zeer prachtig is.
Morgen (Donderdag) passeeren wij Dinant. Kleinere bijzonderheden schrijf ik U de volgende week wel. Het is elf uur en ik zit bij
[ontbreken een of meer bladzijden]
-
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
MONTMAST, MARNE, 3 Juli 1934
Zooals we verleden week reeds berichten, zijn we gegaan van Fooz over Dinant naar Hastiere. De schitterende bergstreek links van de Maas trekt onze groote bewondering Door al dat kijken links en rechts is ons tempo zeer verslapt en voor wij om 10 uur in Hastiëre aankwamen, waren we al een tijdje op hemelwater getracteerd. Bij heel slecht weer in den avond in een onbekend vreemd land moeten we dan nog een schuilplaats opzoeken. Als we daar in geslaagd zijn zitten we met z'n vijven wat bijeen en hebben voor voeding niets meer dan droog brood en water. In Hastiëre waren we nog 17 K.M. van Beauraing. Met een eenigzins ongerust hart tippelen we Vrijdags naar de Fransche grens. Wederom valt er regen, maar onze gedachten houden zich bezig met de groote vraag: „zullen we over de grens gelaten worden ?" Daar bij de douane immers gaat het er op of er onder. Weigeren ze ons dan kunnen we onverrichterzake terugkeeren. We hebben ieder nog al wat tabak, sigaren en sigaretten bij ons, doch niets verstopt. Als na eenige angstige oogen. blikken de „groote baas" bij ons wagentje komt, vraagt hij ons veel meer dan we kunnen beantwoorden. Je begrijpt dat dit een beroerd geval is. Dan schiet me ineens te binnen dat de man tijdens de Duitsche bezetting ook wel wat Duitsch geleerd zal hebben en met de weinige kennis die ik van die taak heb kan ik hem toch vertellen dat er in de flesschen en in de bus „wasser" zit. We doen met ons allen of we alles willen uitladen, doch toen hadden we het vertrouwen al gewonnen, we konden direct doorgaan. Een heele verlichting! Maas en v. Elten hebben vandaag de voeten stuk geloopen. Van Elten heeft een dikken enkel en aan denzelfden voet nog een ekstersoog die geweldig hinderlijk is Opeens wordt dit onhoudbaar en ('t is jammer voor de prachtige Robinson schoenen) op de plaats waar dat vervelend ding zit wordt met een dolk een flink groot gat gemaakt. Dat was een heele verlossing!
Wanneer we tegen een steile helling op moeten en Maas z'n vleugels laat hangen, zegt v. Elten opeens: „trek op of ik geef je de sporen". Natuurlijk wekt dat een geweldige lachsalvo waarvan ik echter de grootste [last] had. Ala men nl. geweldige pijn aan de voeten heeft en moet dan lachen dan is het net of de pijn tot je haren omhoog komt. De volgende “rake zet” van v. Hoek maakt mij het gaan voor 5 minuten onmogelijk. Het was dan ook een goede mop, wel waard ons hier te laten volgen. Het ging over radio-toestellen. Volgens v. Hoek gebeurde het bij Thomas v. d. Putten aan het Kasteel, dat er een radiotoestel aan stond, waarover een redevoering kwam in een vreemde taal. Een boer merkte toen op: „Waarom kopte-ge geen Flipse van Eindhoven, dè kaande-ge goe verstao".
Eindelijk zet de stoet zich weer in beweging naar Dinant. De natuur is hier bijzonder mooi. Boven op den hoogsten berg die als 't ware midden in de stad ligt, is een groot fort gebouwd Ik zie daar door mijn kijker menschen loopen. Mogelijk is dit voor het publiek toegankelijk, maar we zullen nog genoeg moeten klimmen en laten dit dus maar liggen.
Nu gaat 't naar Givet, een oud vervallen stadje. Als bijzonderheid zien we daar een kazerne, die naar 't schijnt tijdens den oorlog totaal verwoest is. Op denzelfden dag (Vrijdag) loopen wij door tot Fumaij, ook zeer oud. 't Is hier waar de Maas naar links afzwenkt en wij deze niet meer zien. Als wij over Roeroi naar Rowroij loopen komen wij daar Zaterdagmiddag binnen.
We ontmoeten een pastoor. Deze vraagt naar het doel van onze reis en als hij op het wagentje ziet waar we naar toe willen roept hij telkens van courage. Wij kunnen een weinig met hem praten, ook weer wat Duitsch. Deze pastoor is herder over 5 parochies, Op de plaats waar wij zijn zal 's Zondags om half 9 een H Mis gelezen worden. We kunnen niet zoo laat vertrekken en loopen daarom Zondag op nuchtere maag maar vast 15 K.M. naar Signy l'Abbuijl We komen daar om 8 uur aan en kunnen dan de H. Mis bijwonen.
Er is weinig volk in de kerk. Wet was er al een groote oefening van de brandweer. Vandaar gaan we naar Rethel, een klein stadje waar de eene werkt en de andere Zondag houdt. We zien eenige verhuizingen en buiten de stad op het land wordt gewerkt. Men kan er hier heelemaal niets van merken dat het Zondag is.
Maandag gaat het reeds vroeg op stap. Het gaat nu naar Reims, zoowat 7 KM vóór Reims zijn we nog een 100 M hooger dan de stad en zien deze in het dal liggen. De gloeiendheete zon schroeit ons gezicht en er is tot Reims geen bewijs van schaduw te zien Als vijf Pindamannekes komen wij de drukke en mooie stad binnen. Eerst gaat het hier naar het Postkantoor of er wat gekomen is van thuis. Toen er Zaterdag in Rouvroij nog niets was verzocht ik den beambte het na te zenden naar Reims. Met 'n goeie Hollandsche sigaar bereikt men veel en zoo konden we in Reims onze post in ontvangst nemen.
Eerst 'ns gauw kijken naar het nieuws vas thuis en dan naar de Bank om geld om te zetten. De meerderheid van ons wil de warme drukke stad uit. Buiten destad gekomen ga ik nog eens terug om het stadje in oogenschouw te nemen. Het was er bijzonder mooi. Vooral de Kathedraal is een prachtig bouwwerk. Van oorlogsverwoesting is niet veel meer te zien. Komt men echter binnen in de kerk, waarvan het gewelf buitengewoon hoog is, dan valt het geheel toch tegen. Er staat niet een bank in, alleen stoelen. Totaal geen versieringen en als ik goed gezien heb zijn er behalve het hoofdaltaar slechts twee kleine altaren.
Ik ga het stadje weer verlaten en me bij het peleton aansluiten. Dan volgenden dag komen we te Epernay en Montmart. Hier ziet men overal tegen de bergen wijnranken geplant. De druiven zijn pas op halve grootte. Op onze terugreis zullen ze wel rijp zijn.
Tot slot kunnen we gelukkig nog melden dat we allen goed gezond zijn en we hopen van U allen hetzelfde.
Namens de Lourdes pelgrims
P. van Elten
21-7-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
DOMP, 16 Juli 1934
Beste lezers en lezeressen.
Als wij Les Aix d'Angillon den volgenden dag achter ons hebben, dan gaat het naar de groote stad Bourges. We komen op een hoogen berg, 7 KM. voor Bourges en dan opeens zien we deze prachtige stad in de diepte voor ons liggen. We overzien de geheele stad. Vele schoorsteenen, drie of vier kerken. Een er van is zoo groot, als ik er nog nooit een gezien heb. Het blijkt dan ook als wij Bourges binnentippelen dat het een geweldige groote en mooie kathedraal is. Nog veel grooter dan in Reims, Ik heb geen kans om even binnen te wippen, omrede mijn reisgezellen het niet begrepen hebben met al die drukte en politie die men hier waarneemt. 't Is een zeer drukke stad en we zien er maar zoo gauw mogelijk uit te komen. Op onze terugreis zal ik 'ns even gaan kijken, en hoop er dan wat meer van te kunnen vertellen. Even buiten de stad (er staan daar nog enkele huizen) loopt een persoon met kranten te venten. Zijn neus en wangen dragen zichtbaar den stempel van het veel nuttigen van Franschen wijn. Hij schijnt onze nationale vlag te kennen en komt op ons af, steekt ons vriendelijk zijn magere hand toe en begint dan in 't Vlaamsch tegen ons te praten. Hij is al 30 jaar in Bourges, doch is Brusselaar van geboorte. Ik zou zoo zeggen: een rasechte Brusselaar. De man verteld ons van zijn uitgebreide talenkennis zooals Fransch, Duitsch, Italiaansch enz.
Het was een lollige kerel. We hebben genoten van z'n humor. Het slot van 't gesprek was: “Ze kunnen allemaal m'n kl... . kussen”. Toen namen we afscheid van hem. Toch is 't wel aardig zoo eens met 'n vreemde wat te praten. Rare typen tref je toch overal.
KERSEN ETEN IN FRANKRIJK.
Als wij 6 K.M. buiten Bourges zijn, merkt het speurend oog van Welten 'n kersenboom op. Deze boom stond zoo maar langs den publieken weg. 'n Buitenkansje hoor! We zijn het er allemaal direct over eens dat dit een publieke kers is. Welten met z'n lange armen is ons te vlug af. Die is al direct aan 't smullen Maar aangezien wij ook wel wat van dat lekkers willen hebben, stel ik voor eerst een hoed vol te plukken en dan gezameniijk opeten, Zoo gezegd, zoo gedaan. Als we dan al spoedig den hoed vol hebben hurken we er allen rondom en het diner begint. Al gauw komen er echter onregelmatigheden voor en er wordt voorgesteld geen een pit in te slikken om het snelle eten te voorkomen. Toch moet nog geconstateerd worden dat Maas en Welten buiten de orde zijn gegaan (er liggen naar verhouding te weinig pitten voor hen) De overigen besluiten dat als er morgen een in de sloot zit, 'n streng onderzoek zal worden ingesteld naar de ingeslikte pitten en de overtreders hun straf niet zullen ontgaan. Als we hier zoo zitten gonzen de motoren van de millitaire vliegtuigen ons in de ooren. Dat hooren we den heelen dag nog. Bourges is nl 'n garnizoenstad. We zagen daar zeer vele loodsen (wel 10 minuten loopen lang) Volgens onze meening waren dat munitiedepots.
Affijn, we tippelen maar weer verder tot we aan onze halte zijn, op een driesprong in Levet, waar we kampeeren. Als we onze tent hebben opgeslagen komt een oude dame met een hoofdkussen en dekens. Wij hebben dat voor dien nacht dankbaar aanvaard maar om mede te nemen hebben we geen plaats in den wagen. Voor te bikken hadden we nog een potje confituren en wat geitenkaas, dus dat viel nogal mee. Den volgenden dag hebben we het echter slecht gehad. De reis ging toen naar St. Christophe. Gedurende 13 KM. was de weg met grove kiezel bestrooid. Als gevolg hiervan hard trekken en duwen aan de wagen en pijnlijke voeten. Maar dat was nog niet alles! Te St. Christophe aangekomen om ca. 8 uur 's avonds moesten we nog brood koopen. Er stonden daar echter maar vijf huizen en brood was er niet te krijgen. En allen hadden we grooten honger. Om 't nog wat erger te maken gingen we in gedachten aan 't smullen. De een zei: “Zou je niet een gebraden haan in mayonaise lusten? Een ander bood je gebraden duiven aan, een derde gebakken aardappelen met biefstuk. Dat zou nu toch wel lekker zijn. Welten roept uit: “Schti uit over aardappelen, ik zou ze wel rauw lussen” Rooijakkers is erg bescheiden, die zou voldaan zijn met een ketel „mullek" Hé wà fijn. Maar we krijgen er niets mee in onze hongerige magen, en we besluiten dus maar weer op te stappen naar Jouillat 4 K.M verder.
Naar men ons vertelt woont daar een Boulonger. Daar treffen we het beter. Om 10 uur 's avonds hebben we gegeten en is onze tent klaar. We kruipen dan gauw onder de wol, o neen, op den grond, want we zijn vermoeid en slapen direct in. De natuur is hier zeer zacht. 's Nachts is het werkelijk fijn buiten. Voordat we den volgenden dag Jouillat verlaten, stappen van Hoek en van Elten naar het kerkje toe, dat er zeer bouwvallig uitziet. Als we de stoep betreden staan er brandnetels van ± 40 c.M. hoog voor en tegen de deuren der kerk Binnen gekomen ligt er een vleermuis op den grond, nog levend, doch vermoedelijk met hersenschudding. De kerk is 6 M. breed en nog al diep We zien een ouden versleten biechtstoel en nog wat armzalige vieze bankjes. Er is maar weinig licht en de muren zijn ontzettend zwart. Enkele kunstbloemen van misschien wel 50 jaar oud versieren het versleten altaar. Een Godslamp brand er niet. Toch lijkt het dat deze kerk misschien eens per week gebruikt wordt. Maar het is niet te beschrijven hoe slordig er alles uit ziet. Men vraagt zich af: Zou O. L. Heer hier toch nog willen wonen ? En zoo gaat het met veel kerken op de kleinere plaatsen. De Katholieke godsdienst schijnt hier wel zeer slecht beleefd te worden.
Ik sla nu een groot traject over om deze week wat te vertellen van onze aankomst te Eymontiers.
Het is Zondagavond als we daar aankomen Even vóór het stadje slaan we onze tent op, We hebben dan in 2 dagen 97 K M afgeloopen en daarbij hoog moeten klimmen We zijn daar op 459 M hoogte. Dat dit twee zware dagen geweest waren kunt ge begrijpen. Maar we moesten een halven dag uitloopen, daar bij een inspectie gebleken was, dat de hakken van onze schoenen gerepareerd moesten worden. We verdeelen Maandagmorgen (zonder aaubesteding) deze karwei over twee schoenmakers, anders zou het oponthoud te groot zijn. Voor 4 franc (40 ct) per paar staan we er weer vierkant op.
Nu nemen we weer afscheid van U allen, want morgen moeten we de wasch doen als er tijd is.
Tot de volgende week.
De Lourdesgangers P. v. Elten.
P. S. Meende ik in den eersten brief al onze weldoeners bedankt te hebben, ik moet thans verklaren dat we er tot onze spijt nog twee vergeten hebben. Het is de heer Leo Timmers, die ons wagentje gratis heeft opgeschilderd en in rood witblauw Deurne-Holland-Lourdes schilderde, hetgeen al door duizende oogen gelezen is en zonder dat, zouden velen ons doel niet begrepen hebben. Ook dank aan den heer Frits Obers, die een buitengewoon goede fietspomp ons ter hand stelde We hebben er al eenige malen dankbaar gebruik van gemaakt. Dus Leo en Frits, ons excuus voor het vergetene en namens allen hartelijk dank.
v. E.
28-7-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
Montauban, 23 Juli '34.
Voordat wij verleden week Eymontiers verlieten en mijn collega's bij den schoenmaker waren, ontmoette ik den pastoor der parochie. Hij verzocht me even op de pastorie te komen, waar ik nog 2 eerw. Heeren geestelijken aantrof. Hier werd ik goed onthaald en ondertusschen werd er op de kaart gekeken wat wij nog af te leggen hadden. Toen ik onze route opgaf, werd er eenparig gezegd dat we niet over Tulle naar Brive moesten gaan, doch over Domps, Uzersche en Donzenae.
Dat was 30 K.M. korter. Na hartelijk afscheid genomen te hebben ging ik verheugd naar mijn broeders toe en vertelde hun dat we 30 K M. konden winnen, door over genoemde plaatsen te loopen. We waren het hierover spoedig eens en verlieten bij Eijmontiers den door v. Lieshout opgegeven weg.
't Eenigst genot dat we op dit traject gehad hebben was een prachtgelegenheid om de wasch en andere noodige reparaties te doen. Die waschgelegenheid heb ik vereeuwigd door even met m'n fototoestel te klikken, juist als ze allen hun hemd aan 't uitwasschen zijn. Dat beloofd een prachtige foto te worden.
De weg (het was maar een derde klasse) was op vele plaatsen slecht. We kwamen dan ook niet zoo vlug vooruit als op de groote baan. Ik had van KM. paal tot KM paal de afstand genoteerd om te zien of het werkelijk 30 KM korter was. Toen we in Brivé waren bleek het echter maar 5 ½ KM korter te zijn.
Dat viel tegen! Op de terugreis nemen we dan ook den eerst aangegeven weg.
Voordat we Uzersche bereikt hadden gingen we zeker 3 KM lang zóó'n steile helling af, dat we alle vijf aan het wagentje moesten gaan hangen, om niet te vlug beneden te komen.
Toen we Uzersche uitwaren keerden de rollen om en moesten we al duwen wat we konden om weer boven te komen. Als we den volgenden morgen naar Brivé gaan, is er veel verkeer op dezen weg. Later blijkt dat het daar markt was. Om 2 uur bereikten we deze mooie stad. Het was er een drukte van je welste. Behalve dat er een zeer groot plein gevuld was met kramen en alle soort vee, was er op andere straten en pleinen der stad ook volop Markt.
Ook de winkels boden op den stoep hun waren te koop aan. De café's waren overvol en menige boer heeft reeds te veel aan Bachus geofferd. De boeren hebben allen een grooten blauwen kiel aan. We hebben staan luisteren toen een os verkocht werd. Je kunt je niet voorstellen hoe of die driekwart zatte boeren te keer gingen. Nu ik toch over den boer aan 't schrijven ben, wil ik ook nog op merken dat in deze streken uitsluitend met 2 ossen geploegd, gemaaid en alle ander werk verricht wordt. Als hier een tarweveld afgemaaid moet worden, dan komt het heele huishouden er bij te pas Zelfs de boerin moet ook meehelpen.
En een dierentemmer in een circus gaat lang niet zoo te keer als een Fransche boer die met een os aan 't werken is. Ze roepen, ze slaan met een heel lange stok, ze zwaaien en brullen als 't ware.
Buiten Brivé gekomen worden we nog eens aangehouden door de wegenpolitie, die in Frankrijk in auto's rijden. Ik vergelijk deze politie met de marechaussee in Holland. Ook deze heeren zijn bijzonder vriendelijk Nu we toch al een heel eind Frankrijk in zijn wil ik toch nog even melden, dat men ons aan de grens naar onze middelen van bestaan vroeg. En we zagen er toen nog allen welgesteld uit. Bij de gewone wegcontrole's werd ons hier niet meer naar gevraagd.
Van Brivé loopen we dien dag nog naar Noailles, ca. 12 KM Het is steeds stijgen geweest, we zijn thans op het hoogste punt. We zijn te moe om onze tent op te staan en rusten eerst een half uur uit. Als ik zoo mijn oogen eens de kost gaf, dan zie ik een van de mooiste panorama's, die ik tot heden zag. 'k Ga een pijpje stoppen en geniet werkelijk van het onbeschrijfelijke natuurschoon. Tusschen een bewolkten hemel ziet men de zon langzaam achter de bergen verdwijnen. We zijn hier omringd door een bergketen van ongeveer 40 K.M. in den omtrek Het wordt snel duister en steeds vager worden bergen.
Tenslotte lijkt de lucht een groote parapluie die zich zachtjes boven ons dichtsluit.
Nog eenige minuten en 't is volslagen donker. Mijn pijpje is leeg en zeer tevreden
kroop ik op handen en voeten de tent binnen, waar de anderen reeds te slapen lagen.
Zaterdag zijn we doorgetippeld tot Cousade, een dikke 48 K.M. Het was wel een zware dag, doch we deden dit met het oog op den Zondag. We hebben dan op een groote plaats beter kans om vroeg de H Mis bij te wonen Op kleine dorpen begint de Mis gewoonlijk pas om 11 uur. Op onze pleisterplaats kunnen we echter om 7 uur al terecht. Cousade is een mooi stadje en heeft een pracht van een kerk Als ik met iemand in gesprek ben, vertelt deze terloops dat op den weg naar Montauban, een paar KM van de groote baan af, een Hollandsche boer woont. Ik verzocht hem naam en adres van der boer in mijn boekje te zetten, en we besloten dezen boer met een bezoek te gaan vereeren. Na een paar keeren gevraagd te hebben kwamen we tenslotte aan een groote boerenhoeve uit, welke boven op een berg lag.
Ik nam het Hollandsche vlaggetje mede en verzocht mijn kameraden onder te blijven wachten. Als ik ontvangen werd zou ik wel op m'n vingers fluiten, ten teeken dat zij konden komen. Na op de deur geklopt te hebben stap ik meteen binnen en met mijn vlaggetje uitgespreid wensch ik hen allen „goeden morgen". U had die gezichten moeten zien, Zoo maar onverwacht, op een afgelegen plek diep in Frankrijk, in eens een Hollander voor zich te zien, dat deed hen goed. Ik floot buiten en spoedig waren mijn vrienden ook boven. Toen begon de kennismaking. Het was de familie H de Groot afkomstig uit Hallum in Friesland, een gezin met acht groote kinderen. Direct werd er thee gezet, later nog koffie en bij het afscheid moesten we nog twee flesschen wijn meenemen. Deze boer werkt daar in deel, d.w.z grond, huis en gereedschappen zijn van den patroon, doch de helft van de vruchten, vee, eieren, fruit en andere opbrengsten krijgt den boer, de andere helft den eigenaar. Zoo terloops merkte ik op dat de meester dan wel de kleinste eitjes zou krijgen, waarop hij eens smakelijk lachte.
Eindelijk is ook dit gezellig onderhoud weer ten einde en loopen we nog door tot buiten Montauban. 't zijn nu nog 5 dagen loopen en als alles goed gaat zijn we Vrijdag in Lourdes. De volgende week dus een verslag over onze intocht in Lourdes.
Ontvang allen onze hartelijke groeten.
De Lourdes pelgrims
P. v. Elten.
4-8-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
Lourdes, 30 Juli 1934,
In Montauban, alwaar wij verleden week afscheid van U namen, wilden wij even vóór de stad bivakeeren, maar dat viel niet mee. Vier maal was ik er op uit geweest om permissie te vragen aan de grondeigenaars, doch telkens liep ik een blauwtje. Onder deze omstandigheden begint men een weinig mismoedig te worden. We besluiten dan om de stad door te trekken en achter de stad onze tent op te slaan. Doch dit valt ook weer erg tegen Zeker 3 K.M. lang is hier de grond aan weerszijden bebouwd. Daar wij Maandag in Montauban de post moeten afhalen moeten we dus 2 maal 3 K.M. loopen zonder dat we iets verder komen. Montauban heeft 's Zondags een gezellig aanzien. Er zijn vele restaurants, op wier terrassen alle stoelen bezet zijn. Het is er druk en ook het autoverkeer naar en van de stad was druk. Hier en daar ruiken we bij het passeeren het gebraden vleesch, en met dien reuk hebben we het moeten doen. Ook zagen we er een groote kazerne, welke Marokanen huisvest. Maandagmorgen waren we al om 7 uur aan het postkantoor, doch we konden niet terecht voor 8 uur. We hadden dus een uur gelegenheid de stad te bezichtigen. Het westelijk deel der stad is bijna geheel nieuw. Hier heeft een overstrooming in Maart 1930 alles weggespoeld.
In Holland is toendertijd nog geld ingezameld, waarmede men aan den heropbouw kon beginnen. Zooals mij hier vertelde was bij de opening dezer gebouwen een regeeringscommissaris uit Holland tegenwoordig en moet nog weken lang onze Hollandsche driekleur hier gewapperd hebben.
Om 10 uur zetten we onze tocht weer voort in de richting van Larrazet. Dank zij den bewolkten hemel (het is dan niet zoo warm) bereiken wij dezen dag toch ons doel. De veldgewassen worden hier beter. Men ziet beter vee en de grond bevat ook niet zooveel kiezel meer als in midden Frankrijk. Toen wij Maandagmiddag 8 KM. voor Mauvisin waren, reed een Hollandsche luxe auto ons met groote snelheid voorbij. Wij riepen uit alle macht en zwaaiden met ons vlaggetje al wat we konden, en ja hoor, 't werd opgemerkt. De auto stopte en ik moet zeggen als hazewindhonden snelden we er naar toe. Bij nadere kennismaking bleek het te zijn kapelaan van Cuijk uit Helmond en de heeren Th van Vroonhoven en J. Verhuijzen met hunne echtgenooten.
O. wat waren dat heerlijke oogenblikken, nooit zullen wij die vergeten, zoo lang en zoo ver van huis en dan zoo plotseling, ik zou haast zeggen buurlui te ontmoeten, dat doet je werkelijk goed. Zij hadden ook al lang getufd en dan ineens Hollanders te ontmoeten die denzelfden weg te voet hadden afgelegd, dat dwong hun respect af. Een heerlijke sigaar, sinaasappelen, drops, perziken en een flinke gift om eens wat warm eten te koopen viel ons ten deel. Wij zijn deze edelmoedige landgenooten zeer dankbaar. Na afscheid genomen te hebben en een wensch van spoedig weerzien in Lourdes, verlieten zij ons. Het loopen viel ons toen licht.
We tippelden naar Aerch, van welke stad ik geen bijzonderheden heb, omrede we er met snelle pas doortrokken in de richting Franchis-Lafetti. Vanaf deze plaats naar Tarber hebben wij een schitterende weg, zonder eenig klimmen of dalen. Tarber is een drukke stad en het lijkt er wel Zondag zoo druk is het in de restaurants. Den volgenden dag is het de laatste marsch en zullen we Lourdes bereiken. We zijn maar 20 K.M. meer van Lourdes af. Eerst moeten we echter nog de wasch doen, stoppen, knoopen aanzetten enz. om behoorlijk in Lourdes aan te komen. Precies om 5 uur bereiken we het Genade-oord.
We trekken door tot vlak voor de kerk, alwaar door luidsprekers ons de gezangen van het Lof in de ooren klinken. Even daarna stelt zich juist de Hollandsche bedevaart op om gefotografeerd te worden.
Eer alles opgesteld is krijgt men ons in de gaten, en we worden van alle kanten bestormd en ondervraagd. De emotie bij ons zelf, die voor den eersten keer het genade-oord betreden, is zoo groot dat het ons moeite kost een woord te zeggen. Dan dringen tot ons door baron v. Wijnbergen, Deken Meijer uit Asten, Pater Rithof uit Blitterswijk en nog vele andere Eerw. Heeren Geestelijken, die ons de hand drukken en ons feticiteeren met de groote prestatie. Het volk dringt zoo op, dat het ons te benauwd wordt en wij het moe worden, om telkens en telkens weer te vertellen van onzen tocht. Als wij dan ook willen vertrekken om bij de grot Ons Lief Vrouwke hartelijk dank te zeggen voor al den steun, welke we mochten ondervinden, werden we weer terug gehaald om met de processie op de foto plaats te nemen. Als we na afloop hiervan een bezoek aan de Grot gebracht hebben en de poort wilden verlaten om een kampeerplaats op te zoeken, worden de foto's al te koop aangeboden, waarvan wij er ook nemen. Een mijnheer verwijst ons naar het kamp van de internationate padvinders. Daar aangekomen worden we echter niet toegelaten omdat we geen erkend verkenner zijn.
We trekken dan naar het Westelijk deel van de stad, waar wij onze tent opslaan. Dan keeren we weer terug naar de Grot. Er is een Hollandsche liederenbundel, met als titel: „kun je zingen, zing dan mee", Doch als men hier in dit heerlijk vredig oord is kan men zeggen: “als je niet kunt bidden, bid je toch” Den geheelen avond en verdere avonden worden we aangehouden en ondervraagd: “Zijn jullie de Hollanders, die van Deurne tevoet zijn hiergekomen?" Deze vraag is ons al dikwijls gesteld. Als twee Fransche zusterkens ook deze vraag stellen, vraag ik een Hollander die goed Fransch spreekt om de zusterkens in te lichten. Als deze hooren vanwaar wij komen en hoeveel KM. we geloopen hebben, staan ze ons met vochtige oogen aan te staren, of we Bernadette in liefde tot ons Lief Vrouwke wel hebben overtroffen
Tot slot wil ik nog even vertellen van de liefdadigheid,, die wij van de Hollandsche pelgrims mochten ondervinden. Op initiatief van den heer v. Aspert uit Tilburg werd in Hotel St. Huber een collecte gehouden. In Hotel Anvers door den Heer W. Swinkels uit Helmond, Mej. Hubens en Rica van de Mortel met twee reisgenooten zorgen dat mijn vier collegas elken dag een flinken maattijd krijgen. Aan alle gevers onzen hartelijken dank.
Op deze manier worden wij weer fit voor onze terugreis. Volgende week schrijf ik nog wel meer van ons verblijf in Lourdes en onze afreis.
hartelijk gegroet van ons allen.
De Pelgrims.
- Donderdagavond zijn de Deurnesche pelgrims, die deel uitmaakten van de Limburgsche Nationale Bedevaart naar Lourdes, weer in goeden welstand en zeer voldaan in Deurne teruggekeerd.
Natuurlijk hebben zij in Lourdes ook de Deurnesche voetpelgrims gezien en gesproken Deze maakten het uitstekend en waren zeer voldaan over hun tocht. Naar zij mededeelden lag het in hun bedoeling om Donderdag weer uit Lourdes te vertrekken. Zij zijn dus bij het lezen van dit bericht al weer een paar dagen op den terugreis. Naar we hoorden hopen ze op 2 Sept. te Deurne te arriveeren. Zij zullen alsdan op feestelijke wijze worden ingehaald.
Een comité van ontvangst zou bereids reeds zijn samengesteld.
....
nen, door aan het station iedereen behulpzaam te zijn met het dragen van de
e en zware koffers in de coupé's. Vele foto’s werden er op het perron nog van ons
gemaakt Als de bel luidt om in te stappen dan hebben we van allen op hartelijke wijze afscheid genomen. Menige traan wordt er weggepikt en tot het laatste werd er gezwaaid en vaarwel gezegd. Een uur na het vertrek van dezen trein vertrok de ziekentrein en even daarna de blauwe trein. Nu is geen Hollander meer te zien. We kijken nogmaals in de richting waar de trein door een bocht aan ons oog onttrokken is en dan krijg je een gevoel of je als kleine jongen alleen achterblijft.
De eerste vijf minuten werd door ons geen woord gesproken. Het was ons te veel [..] verder voor ons stillen middag en avond
en we meestal aan de grot doorgebracht. 's Avonds ontmoetten we 2 flinke jongens uit Utrecht. Deze waren per fiets in Lourdes. We hebben gezamenlijk op deze kennismaking een biertje gedronken en veel hadden we elkander te vertellen van onze reis. Ook zij hadden een moeilijke maar voospoedige reis achter den rug. Eindelijk namen we ook van hen weer afscheid, daar zij den volgenden morgen om 6 uur willen vertrekken en dus nog een goeden nacht willen hebben.
Van dat vertrek om 6 uur is echter niet veel gekomen. Als wij `s morgens voor ons vertrek uit Lourdes met ons wagentje tot de Rozenkranskerk rijden, kunnen we er
niet goed weg komen We hebben bij de grot nog zooveel te vragen. We weten nog beter als toen we van huis gingen welken langen zwaren tocht ons nog te wachten staat. En dan te waren de trein.pelgrims weer huis zullen zijn, als wij nog moeten vertrekken. Dan wordt het je toch wel een beetje benauwd. Eindelijk om 9 uur stappen we op. Dat we met veel moed de teugreis aanvaardden, kan ik niet zeggen.
Aan den eenen kant verlaten wij niet gaarne Lourdes en dan gaan we met de zekerheid dat we de eerste vier weken de Hollandsche grens niet zullen bereiken. Mogen we echter gezond blijven dan zullen we proberen elken dag 42 KM. te loopen, dan kunnen we op Zondag 2 September in Deurne zijn.
Het is bij onze afreis nogal koel weer, hetgeen ons goed van pas komt. Onze voeten zijn in goede conditie en we voelen gouw genoeg dat we den eersten dag de 42 KM. wel zullen halen.
We hebben bij de afreis in Lourdes hetzelfde voordeel als toen wij uit Deurne vertrokken, n.l. dat bet de eerste 150 KM. betrekkelijk plat is, dus nog weinig bergen. Zaterdagmorgen ontmoeten wij twee Belgen die per fiets van Gent naar Lourdes reden. We konden zoo druk Vlaamsch klappen. Er werden wederom foto's genomen, ook met Belgen er op. Dit zijn altijd mooie herinneringen.
Maandag waren wij Causade juist gepasseerd, toen het bijna donker werd, zulke zware wolken kwamen aandrijven. Donder en bliksen volgden spoedig. Een woeste wind beukte de toppen der boomen. Gelukkig, nog juist bijtijds bereikten we een leegstaand huis, alwaar we gedeeltelijk onder een afdakje konden schuilen. Het werd een noodweer zooals we het nog nooit een hebben meegemaakt. Van ophouden was geen sprake. Na ongeveer 2 uur zoo in angst bij elkaar te hebben gezeten en bang dat wij onze tent dien nacht niet konden opslaan en zonder slapen den morgen zouden moeten afwachten (het was al 9 uur geworden) trok ik er op uit 'n eind terug naar een boerderij toe. Daar aangekomen wist ik het medelijden van de bewoners op te wekken en mochten we in het hooi slapen.
Na eerst een flinken maaltijd van koffie met brood en vleesch gebruikt te hebben, waarvan we flink opknapten, gingen we gauw een plaatsje in 't hooi zoeken en legden ons ter ruste. In den nacht werd het weer wat kalmer, maar het bleef toch nog aanhouden. Den volgenden dag is het nog erg buiïg en moeten we dikwijls schuilen. Het is nu Dinsdagochtend en we bereikten het dorpje Pelacoy. Daar het buiten te nat is om onze tent op te slaan probeeren we ook hier een plaatsje in het hooi te krijgen wat al spoedig gelukte. Dat men onder deze omstandigheden niet zooveel kan schrijven als men eigenlijk wet zou willen doen, zal iedereen wel begrijpen. Op een hooizolder is weinig comfort om een verslag op te maken. Morgen hopen we droog weer te hebben en gaan dan weer met goeden moed verder naar Holland: We zijn allen nog in goede conditie
Tot volgende week dan.
De Pelgrims
P. v. Elten
18-8-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
TE VOET NAAR LOURDES.
De vorige week heb ik nog een kleine bijzonderheid achterwege gelaten, die ik nu even wil vertellen. Het was de ontmoeting in Lourdes van mijn oudste dochtertje. U kunt begrijpen dat dit voor mij een blijde ontmoeting was. Na ruim 4 weken van huis te zijn geweest en dan op bijna 1300 KM afstand, dan is zulke ontmoeting niet te beschrijven. Het was een groote reeks van vragen, die we elkander te stellen hadden. Men hoorde op die manier meer bijzonderheden, die bij 't schrijven wel eens vergeten worden. En dan wil ik hen, die nog nooit in Frankrijk zijn geweest, eens een idee geven hoe hoog de Pirineeën zijn. Toen wij op Zondag 5 Aug op een afstand van 170 K.M. op een hoogen berg waren (het was toen helder weer) konden we op dezen grooten afstand nog zeer duidelijk de bergketen der Pirineeen zien.
Sommige lezers zullen wel hebben opgemerkt dat we dezelfde route als bij onze heenreis ook terug nemen. Dit was schrijver dezes in beginsel niet van plan, doch mijn collega's voelden er meer voor den nu bekende weg te volgen. Daar de meerderheid beslist leg ik me daar bij neer en wordt er ook niet meer over gesproken. Toen we Brivé (een groote drukke stad) genaderd waren, passeerden we een groot klooster. Mijn collega's hadden op de heenreis dit klooster al eens begeerig aangekeken en meenden toen ook patattes frites te ruiken. Thans stap ik de groote poort in en bel aan, en al spoedig heb ik contact met een Pater die goed Duitsch verstond. Na eenigen uitleg begrijpt hij mijne bedoeling en verzocht me de vier andere pelgrims te gaan halen, Bij nadere beschouwing blijkt dat we in een klein Seminarie aangeland zijn, dat staat onder bescherming van den H. Antonius. In den tuin vindt men 2 natuurlijke grotten, waaraan St. Antonius, in den tijd dat hij te Brivé woonachtig was (omstreeks 1226) dagelijks een bezoek bracht om te komen bidden. Er staat thans een mooi altaar in de grot en dagelijks komen er nog velen om den geliefden volksheilige daar te vereeren. Dit getuigen wel de honderden marmeren platen, die daar in de muur gemetseld zijn.
We zijn voor then nacht verzekerd van goede logies en nadat we ons eens flink gewasschen hebben komt de Pater ons al te vragen om een boterham met vleesch en 'n kop koffie te gebruiken. Om half 8 kunnen we dan een warmen maaltijd krijgen. We waren de koning te rijk. Als we om half 8 in de eetzaal plaats genomen hebben (de studenten hadden vacantie en waren dus allen weg) plaatst broeder kok een groote schotel ongeschilde gekookte aardappelen voor ons. Het was voor ons wel een erg vreemd gezicht. Ik had wel eens ooit hooren vertellen over de Fransche keuken, en begon met de schil, die er erg los om zat, af te doen. Groenten, vleesch en wijn, het was er in overvloed. Wij hadden dan de tafel ook alle eer aangedaan en de kok zal wel bemerkt hebben dat hij niet vergeefsch gekookt had. Het verlet dat wij in Brivé hadden moest den volgenden dag worden ingehaald. De Pater, die veel belang in ons stelde en steeds bij ons bleef, beloofde 's morgens om 5 uur voor ons een H. Mis te lezen. We konden daarna dan ontbijten en om 6 uur op stap zijn, wat ook gebeurde. Het was er voor ons een aangenaam verblijf geweest en een onvergetelijke goede Pater, die gaarne bij onze thuiskomst eenig bericht zal ontvangen over het verloop van de reis. Na 's morgens het gastvrije klooster verlaten te hebben, krijgen we spoedig de hooge bergen in de richting Donzenac-Uzerche Daar we iets vergeten hebben ga ik terug, terwiji de anderen doorloopen. Ik haal hen dan bij de tweede rust wel in. De weg die wij volgen loopt om de bergen heen, en daar ik mij dien weg nog zeer goed herinner, wil ik thans ook wel eens een berg oversteken. Ik kan dan wel 3 of 4 KM. winnen. Ik bekijk den reus nog eens goed en bedenk dan dat ik toch niet voor niets een puntstok en Robinsonschoenen heb. En dan gaat het de hoogte in. Steunend op den stok en met de andere hand steeds van den eenen tak aan den anderen klemmend, kom ik langzaam omhoog. Als ik eindelijk boven op den berg ben is het een groot plateau. Nu even oriënteeren. Daar we van 't Zuiden recht op 't Noorden aan moeten, is de richting vlug bepaald en zal ik den hoofdweg wel vinden. Midden op den berg staat in 't struikgewas een oud huis. Het is zoo begroeid door onkruid dat het best mogelijk is dat er de laatste honderd jaar niemand meer gewoond heeft. In elk ander geval zou er toch nog wel eenige weg of voetpad te bespeuren zijn en dat is niet het geval. Zwarte rijpe bramen staan hier emmers vol.
Veel plukken gaat niet, ik moet vooruit. Als ik dan aan den overkant den berg af gedaald ben, komen na circa 10 minuten mijn collega's aan. Het was voor hen vreemd dat ik daar stond, daar ze mij de eerste drie kwartier niet verwacht hadden. Zaterdagmiddag bereikten we, na twee maal een lekken band gehad te hebben, Eymontiers. Daar de hakken onzer schoenen gerepareerd moeten worden, gaan we weer naar onze vorige schoenmakers. We zijn daarvoor, naargelang de slijtage, 4 of 5 franc schuldig. Buiten de stad staan we onze tent op.
Zondagmorgen om 7 uur kunnen we onze plichten vervullen Daarna gaat het op Bourganeuf aan.
Het is 's middags een geweldig autoverkeer op dezen weg. Er is n.l. te Bourganeuf een muziekconcours en tevens aankomst van de wielrenners Parijs-Bourganeuf. We hebben dan ook moeite veilig door dit stadje heen te komen en het is ons geraden om maar zoo veel mogelijk rechts van den weg te blijven. Het is prachtig weer, in tegenstelling met Vrijdag en Zaterdag. Heden Maandag regent het steeds en kunnen we slecht vooruit, daar we steeds moeten schuilen.
Morgen moeten we de schade weer in halen. Daarom eindig ik thans.
Hartelijke groeten van De Pelgrims
P. v. Elten
25-8-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
TE VOET NAAR LOURDES.
Nogent sur Seine, 22 Aug.
Geachte lezers en lezeressen van dit blad.
Ik zal U eerst eens iets vertellen over de viering van Jantje Maas z'n verjaardag.
In de dagen dat wij in Lourdes waren was Jan Rooijakkers ook verjaard, doch dat was maar stil voorbijgegaan. We werden daar te zeer door de vele gebeurtenissen in beslag genomen. Doch nu wil weer op route waren en op 13 Aug. op een eenzamen weg in een café moesten schuilen voor den regen, werd Maas gefeliciteerd met de vermeerdering van zijn jaren. Ik moet er echter bijvoegen dat Maas niet op 13 doch op 14 Augustus verjaarde, doch de anderen meenden dat het de 14de was Ik liet hen met dit abuis maar zitten, want Maas maakte al direct aanstalten om 'n flesch witte wijn te bestellen. We hadden deze al meerdere malen geproefd en hadden er dan ook trek in.
Daar de wijn „naar meer" smaakte, kwamen er in het geheel 4 flesschen op tafel. Ik kan U zeggen dat er de stemming goed in kwam. We hadden het grootste plezier en het zou te lang worden om dat allemaal te vertellen. Voor ons blijft het echter een onvergetelijken dag. Als de regen over is moeten we echter weer opstappen. Het gaat op Bourganeuf aan, maar we schieten niet hard op. Telkens moeten we schuilen voor den regen. Laat in den avond kruipen we ten Noorden van Guéret bij een boer in het stroo. Den volgenden dag wordt het schitterend weer en tot op heden hebben we zeer warme dagen. We hebben het voordeel dat we de zon thans in den rug hebben, in tegenstelling met onze heenreis, toen we recht in het gezicht hadden. Het gaat nu op La Chatre aan.
Na deze stad gepasseerd te zijn komen wil in een zeer eenzame streek. Het is hier waar men tienduizenden notenboomen aantreft.
Overal langs den weg, rechts tegen de bergen en links in de vallei, staan notenboomen. Ook staan er langs den weg vele appel- en perenboomen, doch deze vruchten zijn hier zeer slecht. Boomen snoeien schijnen ze hier niet te kennen, er is dan ook zeer weinig goed fruit te zien. Wat men in geheel Frankrijk ook bijna niet ziet, dat zijn bloemen. In Holland heeft bijna iedereen bloemen, hier zoo goed als niemand. In Bourges, een van de grootste steden die wij doortrekken, bezichtigen we de Kathedraal. Dit is de grootste kerk die wij op onze reis zagen. - Volgens mijne opvatting is deze Kathedraal schooner dan de St. Jan van 's Bosch, de Dom van Keulen en de St. Stephanuskerk van Weenen. Vooral de voorstellingen van glas in lood, die van de 12de eeuw zijn, trekken de aandacht.
Even buiten de stad zien wij kort op elkaar drie aanrijdingen met auto's. 't Ging hier al net als bij ons: niemand treft schuld Een madam die met haar fiets ook in de knel gezeten heeft en wier karretje geheel is vernield, gaat als een razende tegen den chauffeur te keer. 't Was maar goed dat er politie bij kwam, anders was de chauffeur es niet zonder kapot gezicht af gekomen Tien KM buiten Bourges krijgen we gelegenheid om op wat stroo onder een afdakje te gaan slapen. Omstreeks elf uur worden we wakker van het geraas der motoren van vliegmachines, die door de lucht snorren. Het is een helderen sterrenhemel en daar de vliegmachines roode lichtjes hebben kunnen we ze goed onderscheiden.
Het Fransche leger schijnt ontzettend vee militaire vliegtuigen te hebben. Men hoort en ziet er elken dag.
Zaterdag hebben we een echte pechdag gehad. We zitten weer in een verlaten streek en de weg is erbarmelijk slecht. De as van ons karretje dreigt het weer te begeven en zoo sukkelen we zoetjesaan verder. We halen niet meer dan 3 KM per uur. 's Middags als de zon ontzettend warm is, gebeurd wat wij verwachten. De as is kapot. Midden in de zon, zonder de minste schaduw, moeten we alles uit den wagen laden om er een nieuwe as onder te monteeren. Ons drinkwater is reeds op en een groote dorst plaagt ons. In deze omstandigheden staat men beroerd te kijken. Het is dan ook negen uur 's avonds eer we in St. Saveur aankomen: Als we daar Zondagmorgen naar de kerk gaan om te communiceeren, zit de pastoor al te wachten of er iemand komen zal. De eerste H. Mis die daar gelezen wordt begint pas om 10 uur, Behalve ons vijven zijn er maar drie dames te communie gegaan. Wat een verschil bij Deurne. Als we ontbeten hebben gaan we een half uur een zijweg in. Daar wordt om 9 uur een H. Mis gelezen door denzelfden pastoor als in St. Saveur.
Hier tellen we 7 groote menschen en 8 kinderen die de kerk bezoeken. De kerk vormt een groot contrast met de prachtige kathedraals op de groote plaatsen. Het ziet er vies en armoedig uit, Vuile vieze muren, geheel vermolmde banken, een ongelijke vloer van diverse steenen. Een kind van drie jaar zou er niet zonder vallen over kunnen loopen. Na het eerste Evangelie komt de pastoor zelf met het zakje rond om geld op te halen, wat hij wel gauw geteld zal hebben. Zooiets doet toch wel erg zielig aan.
Zoo ontmoeten we nog zoovele dingen die men echter beter vertellen dan beschrijven kan. Ik ben nu eenmaal geen journalist dat zullen allen wel lang bemerkt hebben, en ook ontbreekt het aan tijd om alles te beschrijven. De dagen zijn reeds flink aan het korten en wij moeten den heelen dag vooruit. Vanaf 24 Juni hebben we geen rust gehad. Doch we zijn nog steeds goed gezond en als U dezen brief leest hebben we Reims al achter den rug.
Het begint nu al aardig op te schieten en 't verlangen naar huis wordt steeds grooter. En al kunnen we aan niemand een dergelijke groote reis te voet aanbevelen, ons is 't toch gelukt ze te volbrengen, tenminste daar twijfelen niet meer aan.
Spijt zullen we er echter nooit van hebben, in tegendeel. 't Blijft voor ons een groot evenement in ons leven. Het is voor ons een verzameling op groote schaal van Genade.
Van dezen kant beschouwd (en zoo was ook de bedoeling) komen we rijk beladen thuis.
Bij dezen vragen we van U allen nog een gebedje voor ons aller behouden thuiskomst. De laatste loodjes wegen het zwaarst. Op 2 September hopen we U allen weer te ontmoeten.
Hartelijke groeten van De Pelgrims
P. v. Elten
3-9-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Extra Nummer van het Nieuwsblad v. Deurne
MAANDAG 3 September 1934.
Plaatselijke Berichten
DEURNE TE VOET NAAR LOURDES.
(Daar dezen brief vorige week te laat in ons bezit kwam en we overtuigd zijn van de belangstelling van onze lezers in het wedervaren der Lourdespelgrims, zullen we hem hier nog laten volgen)
HANNUT, 30 Aug. 1934
't Was verleden week dat ik vanuit Nogent sur Seine eenige ervaringen mededeelde.
Deze week wil ik iets vertellen over 't autoverkeer in Frankrijk Het vrachtvervoer per auto is er ontzettend druk. Vrachtauto's van enorme afmetingen en zware constructie, gemonteerd met ruwolie-motoren. snorren ons den heelen dag voorbij. Als je het juist treft dat er een paar van deze vrachtwagens in de eerste versnelling tegen een berg oprijden, dan kun je van den stank en den rook die deze motoren uitlaten, half ziek worden.
Daar het wijnverbruik in Frankrijk zeer groot is, ziet men vele wagens beladen met zeer groote fusten De luxe wagons snorren je den heelen dag voorbij. Vooral de wagens die groote route's hebben van en naar Parijs, zijn ontzettend druk. Ik heb wel eens geprobeerd te tellen hoeveel wagens er in 5 minuten voorbij reden, maar dat ging gewoonweg niet. Het is daarom een lastig marcheeren voor ons.
Wat de wegen in Frankrijk betreft, deze zijn over het algemeen zeer goed. Evenwel constateeren we op sommige plaatsen een groote technische fout, n.l. dat de wegen te rond gemaakt zijn. 't is vooral op deze drukke wegen dat men steeds ‘t rechtsche gedeelte van den weg moet berijden. Door den schuinen kant van den weg hangen de hooge auto's heelemaal over, en er zou niet veel behoeven te gebeuren, of de wagens zouden omkantelen Wegenbelasting wordt in Frankrijk niet betaald.
De minister neemt direct een belasting op benzine. De prijs der benzine is daar dan ook 24 ½ a 25 ct. per liter. 't Is maar goed dat ons wagentje geen benzine noodig heeft, anders hadden we er eenige honderde liters noodig gehad. We hebben een moter van 5 M.K. (menschenkracht) en deze doen met brood en water al groote kracht.
De laatste Zondag in Frankrijk doorgebracht, had geen aangenaam verloop voor ons. We hadden misgerekend, we dachten Givet te bereiken, doch de avond kwam te vroeg tusschen die groote bosschen van 10 KM. lang. We hebben dan ook in de wildernis op ongelijken bodem onze tent opgeslagen. Van slapen is daar niet veel gekomen. We kijken niet zoo heel nauw meer en slapen nogal licht. Doch hier waren overal boomwortelen over den grond gegroeid en dat ligt niet erg gemakkelijk.
Toch was het 's morgens een heerlijke gedachte, dat als er weer een Zondag komt we lekker in Deurne zijn. We gaan dan ook zeer opgeruimd in de richting Givet. Van deze plaats kan ik U mededeelen dat er de leien-industrie druk vertegenwoordigd is. Industrie hebben we bij onze reis anders weinig ontmoet.
Het waren Reims, Epernay en Rethel, die eenige schoorsteeren te zien gaven. Van Epernay en Reims wil ik U nog melden dat deze beide steden in een groot vallei liggen. Hier ziet men overal tegen de bergen op de druivenranken. Als men te voet loopt kan men die wonderschoone panorama's zoo goed bewonderen. Frankrijk geeft U op gebied van natuurschoon veel moois te zien.
Tegen den avond bereiken wij de Fransch-Belgische grens. Er was nu een andere beambte, die vroeg naar de papieren van het wagentje. Ik had heel wat moeite hem te overtuigen dat er geen papieren bij nodig waren. Wel als er drie wielen aan waren. Een sigaret (hij meende dat het 'n Hollandsche was) deed z'n strak gezicht veranderen in een glimlach en mercie monsieur. We wilden op deze plaats afscheid nemen van Frankrijk en riepen: “Vive la France”. Bij de Belgische douane ging het zonder eenige stoornis voorbij We blijven in Hermiton om daar te kampeeren.
't Is den volgenden dag dat wij een van de mooiste dagroutes hebben. Het gaat over Woulsort in de richting Dinant. Het zonnetje schijnt heerlijk, de weg is zoo glad als een spiegel en we genieten hier volop van de groote Maas-vallei Er is in de schoone restaurants langs dezen weg en in de bootjes op de Maas een gezellige drukte. Men kan zien dat het vacantietijd is. Met tientallen passeeren ons de Hollandsche auto's. Ook motorrijders en fietsers uit Holland treffen we hier veel aan. Eenige Noord-Hollandsche Touringcars en drie bussen uit Valkenswaard rijden naar Beauraing. Dinsdagmorgen als wij over Namen naar Hannut zullen gaan is het afgeloopen met het mooie weer en krijgen we om 't uur een flinke regenbui.
Tegen 6 uur n.m. bereiken we Hannut. ’t Is hier bij de Eerw. Zusters, waar we op onze heenreis zoo goed ontvangen waren en die ons verzocht hadden op onze terugtocht ook weer aan te komen, dat ik aan de bel trok Enkele minujen later zijn alle zusters rondom ons geschaard om te hooren, hoe of we het toch gemaakt hebben en dat we toch wel onzettend moe zouden zijn en alle mogelijke vragen meer. Even later wordt er 'n schotel gebraden worst en stamp (aardappelen en savojepurree) opgediend. Dat we dat eer aangedaan hebben, kunt ge begrijpen. Er is daar op het oogenblik retraite voor jongens en nu moet ik van onze reis vertellen. De pater zou het dan in het Fransch aan hen overbrengen. Even later nog eens voor tien jonge novicen. 's Nachts hebben we heerlijk op bedden in 't tuinhok geslapen. Als we om goed 6 uur wakker zijn worden we, nog half slapende, verrast door bezoek uit Deurne. Er wordt gerammeld aan het poortje van de speelplaats. En niemand minder dan onzen Burgemeester met Wethouder van Deursen en de Heeren Kortooms en van Griensven staan in levende lijve voor ons. Het was een groote verrassing voor ons deze heeren zoo vroeg te ontmoeten.
We zijn deze heeren dan ook bijzonder dankbaar en 't getuigt van diep medeleven van ons Gemeentebestuur met hunne gemeentenaren.
Donderdagmorgen is het reeds 11 uur eer wij afscheid kunnen nemen van deze echte liefdezusters. We worden nog met heerlijk wittebrood, vleesch, boter en suiker overladen voor onderweg. Zij hadden gedurende onze reis naar Lourdes geheel met ons meegeleefd en dagelijksch voor ons gebeden.
We gaan nu in de richting Hasselt en zijn dan spoedig aan de Hollandsche grens. Ontvang onze laatste groeten van onzen onzen tocht.
De Pelgrims
P. van Elten
-
DE LOURDESPELGRIMS TERUG
Gisteren is dan Paul met z'n vier Jantjes thuis gekomen. Zooals we Zaterdag reeds schreven, verwachten we veel balangstelling, doch zulk een massale volksoploop als we gisteren te zien kregen, hadden we niet kunnen vermoeden. We kunnen wel zeggen dat heel Deurne bij elkaar geloopen was, om de pelgrims te zien aankomen en verwelkomen.
Waren Donderdag en Vrijdag reeds enkele ingezetenen van Deurne, o.w. onze Edelachtb. heer Burgemeester, de pelgrims wezen opzoeken, Zaterdag waren velen hen per fiets of auto tegemoet gereden, om eens te gaan kijken hoe ze het maakten.
Zondag geleek den Vlierdenscheweg den geheelen dag een drukke verkeersweg. Al voor den middag reden auto's en fietsers in de richting Weert, om eens te gaan kijken waar de globetrotters bleven.
Na den middag om ca. 3 uur stelde de Rijvereeniging „Rust Roest" zich op de Markt op om hen buiten onze gemeente af te halen en welkom te heeten. Ook de R K.V.V. D.O.S. was reeds vroeg op stap om de pelgrims in te halen. Even voor Ommel troffen deze de pelgrims en werd rechtsomkeer gemaakt, nadat de heer Martens namens „D.O.S" het welkomswoord had toegesproken
Reeds daar waren velen Deurnesche die te voet en per fiets een grooten stoet vormden.
Zoo ging het voorwaarts tot aan de grens van de St. Jozefparochie, waar de ZeerEerw Heer Pastoor v. d. Broek aanwezig was om hen te ontvangen. In een treffende toespraak die op allen grooten indruk maakte, schetste Z Eerw. het verheven doel van hun tocht. Op klare wijze legde hij uit wat het beteekende, pelgrim te zijn.
Tot slot gaf Z.Eerw. hen den priesterlijken zegen. De toespraak van den Pastoor alsmede de zegen, die allen geknield aanvaardden, maakten op de menigte een grooten indruk.
Daarna zette de stoet zich weer in beweging. De pelgrims waren nu weer in hun gemeente, en we kunnen zoo denken dat dit alles grooten indruk op hen gemaakt had. Tusschen een haag van menschen arriveerde men bij het kruispunt nabij café van Calis
Hier stonden opgesteld de „Harmonie Deurne" en ,Deurnesch Mannenkoor". Nadat de ruiters der rijvereeniging door de dichte massa volk waren gedrongen, hield de stoet halt en werd het woord genomen door onze Burgemeester, die hen namens alle gemeentenaren het welkom in Deurne toeriep. Spreker vergeleek dezen intocht der pelgrims met den intocht der Cesars eertijds bij de Romeinen, waar dan allen waren samengestroomd om hun Heer te verwelkomen en te huldigen na een groote overwinning. Hier echter betrof het, aldus spreker, geen eer en huldebetuiging, dat zoovelen waren samengestroomd. Immers een hooger motief lag aan deze bedevaart ten grondslag.
Deze tocht zou voor hen een hoeksteen zijn voor heel hun verdere leven. Aan het slot zeide spreker te hopen dat dezen tocht voor hun heele verdere leven een stimulans mocht zijn ten goede.
Hierna hief de Burgemeester een driewerf hoera aan, waarmee door alles werd ingestemd. De Harmonie zette het “Lang zullen ze leven” in, waarna de stoet zich weer in beweging zette.
Op de Markt aangekomen beklom de Burgervader met de vijf pelgrims de kiosk. Toen zij den kiosk betraden steeg een luid hoera op uit de massa, die daar was samengestroomd, Hierna verzocht de burgemeester attentie, om het woord te geven aan den heer van Elten. Namens de vijf pelgrims bracht deze dank voor de hartelijke ontvangst en het medeleven met hen. Wij willen, aldus Paul, geen eer of hulde, dat komt ons niet toe. Wel willen wij gaarne de joviale ontvangst aannemen. Als er echter eer gebracht moet worden, dan komt dit toe aan onze Zoete Lieve Vrouw, die ons zoo goed geholpen en in staat gesteld heeft om dezen tocht te volbrengen. Het lag niet in onze bedoeling, aldus spreker, er een plezierreisje van te maken. Verre van daar. We zouden dan nog niet aan de helft gekomen zijn. De bedoeling van dezen tocht was een boetetocht.
Wij hebben de help van Boven aan den lijve gevoeld; en alleen door bidden, willen en nog eens bidden hebben we dezen tocht kunnen volbrengen.
Spr. bracht dank aan den Burgemeester en het Gemeentebestuur voor het medeleven met hen. Hij zeide ondervonden te hebben dat het waarlijk de vader en het bestuur onzer gemeente was in woord en daad.
Verder zeide spreker nog, dat zij op deze reis de ervaring hadden opgedaan, dat we eigenlijk allen maar half katholiek waren omdat we te weinig voor ons geloof uit durfden komen. Dat hadden zij geleerd en dat zouden zij blijven doen.
Zij waren niet alleen naar Lourdes gegaan voor eigen persoon en familie, maar voor heel Deurne. Ze hadden zich van den beginne af beschouwd als afgevaardigden van heel Deurne bij Onze Lieve Vrouw. Dagelijks hadden ze Deurne in hunne gebeden herdacht en ook dagelijksch een extra tientje gebeden voor alle zieken van Deurne.
We zullen thans nog even in de kerk gaan om O.L.Vr.te bedanken voor onze behouden aankomst.
De Burgemeester verzocht de aanwezigen tot slot nog het lied aan te heffen “Te Lourdes op de bergen”. De eerste drie coupletten waren vrijwel bekend, maar toen werd het minder.
Enkele K J.V 'ers, die ook ter verwelkoming aanwezig waren, betraden op uitnoodiging van den burgervader de kiosk en zongen de verdere coupletten. Het publiek stemde dan in met het refrein.
Het „Ave Maria" daverde over ons markt plein.
Een waardig slot voor deze schitterend volbrachte reis.
We moeten ook nog melding maken van de ontvangst van de Kaartclub, waarvan de Heer van Elten lid was. Namens hen sprak de Heer Poel een hartelijk woordje.
De pelgrims maakten het allen uitstekend. Ze zagen er naar omstandigheden goed uit. Het was hen echter aan te zien, dat de ontvangst indruk op hen maakte.
De Robinson-schoenen, waarop de pelgrims deze reis maakten, waren goed intact.
Ze waren er zeer tevreden over, daar ze er 2570 K.M. op geloopen hebben, zonder dat de schoenen hen in den steek hebben gelaten. Vaak liepen ze 8 a 9 uur per dag zonder moe te worden, waartoe de goede pasvorm der Robinsons ongetwijfeld het zijne heeft biigedragen.
De kosten dien ze onderweg aan deze schoenen gehad hebben bedragen slechts 90 cts. Vanaf morgen zullen de schoenen in de etalage van den Heer v. d. Eijnden tentoongesteld worden.
8-9-1934 Documentatie HKK 10.13 Nieuwsblad v. Deurne
Plaatselijke Berichten
DEURNE
TE VOET NAAR LOURDES.
Nog een kleine nabeschouwing en slotwoord van den Pelgrimstocht.
De laatste twee dagen dat wij door Belgie marcheerden, hadden we zeer vele felicitaties in ontvangst te nemen. Op eenige plaatsen waren het vooral de Heeren Geestelijken die vol belangstelling naar onze reis informeerden. Telkens werden wij ook door particulieren binnengeroepen en getracteerd op bier, koffie of vla. De Kaartclub “de vroolijke vijf” kwamen in Hasselt ons met een bezoek vereeren. Sigaren en bier vielen ons ruim ten deel.
Toen wij Zaterdagmorgen te Loozen afmarcheerden, dachten we wel eenige kennissen aan de grens te ontmoeten. Doch ’t waren er tientallen die per auto en fiets hunne opwachting aan de grens kwamen maken.
Toen wij de douane gepasseerd hadden en de eerste voetstappen op Hollandschen bodem zette, was het de heer Goldstein Brouwers uit Asten die ons als buren van Asten hartelijk welkom heette in ons Vaderland.
Ook de heer M. Lintermans die eenige hartelijke woorden van welkom tot ons richtte, bood namens het personeel van den heer Jan Rakels een kistje fijne sigaren aan
't Was ten huize van ondergeteekende, dat we een mooie versiering aantroffen waarin in levende bloemen door de buurt aangebracht het welkom te lezen stond.
Van kennissen en vrienden waren prachtige bloemmanden en felicitaties binnengekomen. Ze hadden ons echt in de bloemen gezet. De koffietafel die aangevuld was door heerlijke mik, geschonken door den heer Kees Bekkers, en den overvloed van gebraden haantjes, geschonken door Mej. Wouters aan de Pelgrims, lieten ons goed smaken.
Al deze medewerkers om een feestelijke ontvangst mogelijk te maken, onzen hartelijken dank.
Een woord van bijzonderen dank meenen wij te moeten brengen aan den ZeerEerw. Heer Pastoor van den Broek uit de St. Jozefparochie die aan de grens van zijn parochie in ontroerende woorden schetste het doel van onze bedevaart. Het heeft op ons een onvergetelijken indruk gemaakt. Ook door de omstanders werden deze woorden van welkom zeer hoog gewaardeerd, en dan tot slot mochten wij zijn priesterlijken zegen nog ontvangen. Pastoor van den Broek nogmaals hartelijken dank.
Verder hartelijk dank aan alle vereenigingen die den intocht door hunne tegenwoordigheid hebben opgeluisterd.
Zij hebben allen en ook de geheele burgerij in ons getuigenis willen afleggen van groote dankbaarheid aan onze Lieve Vrouw die hunne vijf medeburgers weer gezond en wel in hun midden had teruggeleid.
Onze dankbaarheid is niet ten einde.
Wij zullen U allen en vooral de zieken van Deurne blijven gedenken in onze gebeden Hiermede is het slot gekomen van onze reisbeschrijving
Namens de Pelgrims
P. van Elten
Deurne 6 Sept. 1934